Trainen = trainen + rusten
Tuesday, May 27th, 2008Ben je op weg naar een sportief doel en probeer je je daar verstandig op voor te bereiden? Dan moet je niet alleen voldoende variatie steken in je trainingen (zie blog 10/4), maar ook regelmatig ‘rusten’. Pas dan kan de zogenaamde ’supercompensatie’ optreden…
Net zoals een kameleon van kleur verandert in een nieuwe omgeving, is je lichaam in staat zich aan te aanpassen aan inspanningen. Wanneer je sport, zullen je spieren -niet enkel die van je benen of armen, maar ook je hartspier en ademhalingsspieren- eerst moe en stijf worden. Maar daarna herstellen ze zich tot een niveau dat hoger is dan voorheen. Op die manier zijn we -met dank aan Moeder Natuur en de evolutie- een tijdje nog beter in staat dat soort inspanningen aan te kunnen. Dit noemt ’supercompensatie’.
Supercompensatie treedt dus op na de recuperatie- of rustfase die volgt na een inspanning. Vandaar dat je gerust mag stellen dat de rust na de inspanning voor je prestaties minstens even belangrijk is als de inspanning zelf. Train je telkens opnieuw tijdens deze fase van supercompensatie, dan maak je progressie (lijn a op de tekening). Maar respecteer je de recuperatie niet en ga je te snel en te intensief opnieuw trainen, dan riskeer je overtraining (lijn b op de tekening). Net zoals een vrachtwagenchauffeur die zijn rusttijden niet respecteert, kan je dan crashen…
Voor sportwetenschappers en trainers komt het er bijgevolg op aan de trainingsschema’s van hun atleten zo op te stellen, dat ze maximaal gebruik maken van deze ‘wetten van training’. Als recreant moet je proberen zelf aan te voelen wanneer je te ver gaat. Enkele algemene richtlijnen: voor beginners geldt minimaal: één dag trainen = één dag rust. Voor gevorderden: drijf je trainingsomvang met maximaal 10% per week op. Schakel na drie weken training steeds één week relatieve rust in, waarbij je de trainingsomvang zo ongeveer halveert.
