Langzaam sneller worden
Thursday, November 22nd, 2007In het novembernummer van Runner’s World staat een interessant artikel met een op het eerste zicht contradictorische stelling: om sneller te lopen, moet je op training juist langzaam lopen.
Wetenschappers analyseerden gedurende zes maanden de trainingsarbeid van acht Spaanse toppers op de lange afstand. Wat bleek? 71% van hun looptraining voerden ze uit aan lage intensiteit (70 à 75% van hun maximale hartfrequentie). 21% liepen ze aan gemiddelde intensiteit (75-85%/HF Max), slechts 8% aan hoge intensiteit (>85%/HFMax). En wat bleek nog? Alle acht probeerden ze zich te kwalificeren voor het WK cross en de lopers die het meest aan lage intensiteit getraind hadden, waren de beste.
Voor wie veel leest over trainingsleer, zullen deze resultaten geen complete verrassing zijn. Het belang van herstelduurlopen en rustige duurlopen in trainingsopbouw is al langer gekend. De vraag is natuurlijk in hoeverre recreanten dit ook toepassen? Uit een aantal beperkte onderzoeken blijkt inderdaad dat vele recreanten meestal een te snel trainingstempo hanteren. Geef toe, het lijkt ook vreemd, trager lopen om sneller te gaan lopen…
Onze ervaring uit de Beweegmobiel gaat in dezelfde richting: heel wat mensen scoren lager voor hun conditietest dan wat je zou kunnen verwachten op basis van wat ze trainen. Een deel van de verklaring kan liggen in het feit dat we een fietstest afnemen en geen looptest. Maar een ander deel van de verklaring ligt zeker bij onaangepast trainingstempo. Vaak lopen recreanten samen met lief of vriend, die ze dan proberen te volgen. Waardoor ze eigenlijk te snel lopen, te veel verzuren en geen conditie opbouwen.
Concreet: neem de proef op de som en probeer je totale wekelijkse trainingsvolume te verdelen volgens een 71-21-8-verdeling. Driekwart dus heel rustig, een kwart wat sneller en slechts een beperkt stuk in verzuring. Doen!